Gedachten van de maand


Een gebarende God

22-03-2019

Tijdens een godsdienstles spreekt de leraar over Gods nieuwe wereld.
In de les bevindt zich een dove leerling. De leraar wil het kind bevestiging geven en zegt: ‘In Gods nieuwe wereld zul jij kunnen horen.’
Het kind protesteert: ‘Nee, in de nieuwe wereld zal God in gebaren spreken!’

Achter die twee piepkleine zinnetjes gaat een wereld schuil die veel inzicht geeft in de problematische verhouding tussen religieuze gemeenschappen en mensen met een handicap. De leraar is er zeker van dat het de grootste wens van het kind is om ‘gezond’ te zijn, om te kunnen horen. Hij wil het geruststellen: ooit als alles beter wordt, zul jij horen. Het kind corrigeert dit fundamenteel. Het wil niet primair een paar goede oren hebben, het wil dat de ander zijn of haar taal spreekt, en wel op het diepste niveau, namelijk op het niveau van God. De bevestiging die het kind vraagt, gaat veel verder dan de bevestiging die de leraar biedt: het wil geaccepteerd en gezien en gehoord worden zoals het is en van daaruit echte communicatie met de ander ervaren.

(Uit: Goed bedoeld, Jacqueline Kool, blz. 23)

Terug naar gedachten